|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 2. Instelling van de ondernemingsraad
| | Criteria voor verplicht instellen van de ondernemingsraad en doel van de ondernemingsraad: namelijk in het belang van het goed functioneren van de onderneming in al haar doelstellingen.
|
|
|
|
| 5. Ontheffing instellingsplicht
| | De SER kan een ondernemer vijf jaar ontheffen van de verplichting tot het instellen van een ondernemingsraad, mits aan minimale medezeggenschapseisen is voldaan.
|
|
| 5.a. Instelling op basis van CAO of vrijwillig
| | Een CAO of ambtenaren-reglement kan nadere regels stellen voor de verplichting tot het instellen van een ondernemingsraad. Een onderneming die niet aan de instellingscriteria voldoet kan vrijwillig overgaan tot de instelling van een ondernemingsraad.
|
|
|
| 6. Samenstelling van de ondernemingsraad
| | Afhankelijk van de grootte van de onderneming zijn er 3 tot maximaal 25 OR-leden. Ze worden gekozen door kiesgerechtigden (zes maanden werkzaam). Medewerkers die 1 jaar werkzaam zijn zijn verkiesbaar. De ondernemingsraad en de ondernemer kunnen in overleg van deze termijnen afwijken. Aanpassing van het aantal zetels aan de bedrijfsomvang kan niet tijdens de zittingstermijn van de ondernemingsraad.
|
|
|
|
| 9. De verkiezing van de ondernemingsraad
| | De verkiezingen zijn geheim en schriftelijk. Vakbondsleden en ongeorganiseerde verkiesbare werknemers kunnen zich direct kandidaat stellen. Het is mogelijk het personeel in te delen in kiesgroepen die een bepaald aantal OR-leden verkiezen.
|
|
|
|
| 12. Zittingsduur van de OR-leden
| | De standaard zittingsperiode is drie jaar met de mogelijkheid om één jaar naar boven of naar beneden af te wijken. Het reglement kan beperkingen stellen aan de herkiesbaarheid. OR-leden kunnen in afwisselende groepen terugtreden. Plaatsvervangers nemen plaats en zittingstermijn over.
|
|
| 13. Uitsluiting van een OR-lid
| | De ondernemer en de ondernemingsraad kunnen de kantonrechter verzoeken een OR-lid voor een bepaalde tijd te schorsen, als dit OR-lid de medezeggenschap ernstig belemmert.
|
|
| 14. Regeling van werkwijze
| | In het reglement dient een aantal onderwerpen te zijn opgenomen dat samenhangt met de werkwijze van de ondernemingsraad en communicatie met de ondernemer en het personeel.
|
|
| 15. Instelling commissies
| | Als dat nodig is kan de ondernemingsraad besluiten tot het instellen van commissies waarin ook andere werknemers zitten en die rechten en bevoegdheden van de ondernemingsraad overnemen. Namelijk: de vaste commissie (meerderheid OR-leden); de onderdeelscommissies (met één of meer OR-leden); de voorbereidingscommissie (met één of meer OR-leden). De ondernemer heeft recht van bezwaar.
|
|
| 16. Inschakelen extern deskundigen
| | De ondernemingsraad en OR-commissies mogen deskundige uitnodigen op hun vergaderingen en hen vragen om een schriftelijk advies uit te brengen.
|
|
| 17. Faciliteiten en doorbetaling loon
| | De ondernemingsraad en OR-commissies krijgen van de ondernemer alle voorzieningen die redelijkerwijs voor het vervullen van hun taak nodig zijn (waaronder de gelegenheid tot raadplegen van de achterban). Vergadertijd is (betaalde) werktijd.
|
|
| 18. Vrijgestelde tijd; scholingsrechten
| | OR-leden en commissie-leden hebben buiten de vergaderingen recht op minimaal 60 uur per jaar voor onderling beraad en overleg met andere personen. Voor het totaal aantal dagen (betaalde) vrijgestelde tijd moeten afspraken met de ondernemer worden gemaakt. Voor scholing zijn tenminste drie dagen beschikbaar voor commissieleden en vijf dagen voor OR-leden (gecombineerd acht dagen).
|
|
|
| 20. Geheimhouding
| | Wat daaronder valt moet een lid van de ondernemingsraad of een commissie zelf snappen. De ondernemer kan geheimhouding opleggen en geeft dat voor de behandeling aan (en tevens welke gegeven eronder vallen hoe lang het duurt en met wie je erover mag praten). Wie het niet eens is met de geheimhoudingsplicht kan naar de kantonrechter stappen.
|
|
|
| 22. Kosten
| | De ondernemer vergoedt alle kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van de taak van de ondernemingsraad. Kosten voor het inhuren van een adviseur moeten vooraf worden gemeld aan de ondernemer. Een ondernemingsraad kan eventueel met een budget werken.
|
|
|
|
| 23. Het overleg: onderwerpen, initiatiefrecht, wie overlegt
| | Een overlegvergadering vindt zo vaak plaats als men nodig acht. Alles met betrekking tot de onderneming kan ter sprake komen (behalve het beleid ten aanzien van publiekrechtelijke onderwerpen voor zover dit niet de werkzame personen betreft). De ondernemingsraad kan schriftelijk initiatiefvoorstellen doen die tenminste eenmaal worden besproken in de overlegvergadering en waarover de ondernemer een schriftelijk en met redenen omkleed besluit neemt. De bestuurder kan zich laten vervangen door een medebestuurder of een andere collega.
|
|
|
|
| 23c. Het overleg met de onderdeelscommissie
| | Met verwijzing naar artikelen van de WOR die tevens van toepassing zijn op het gebied van faciliteiten, kosten, regels ten aanzien van de Overlegvergadering, agendaonderwerpen, aanwezigheid commissaris, advies- en instemmingsrecht, bijzondere taken en informatierechten.
|
|
|
|
| 25. Het adviesrecht van de ondernemingsraad
| | Ten aanzien van een aantal bijzondere, niet tot de reguliere werkzaamheden behorende, besluiten op financieel, organisatorische en economisch terrein. Ook ten aanzien van buitenlandse vestigingen voor zover er gevolgen optreden in Nederland. De adviesaanvraag is schriftelijk en tijdig (moet van wezenlijke invloed kunnen zijn). Hij geeft beweegredenen van het besluit, de gevolgen voor het personeel en hoe die worden opgevangen. Er is tenminste een maal overleg. De ondernemer stelt de ondernemingsraad van zijn besluit op de hoogte en motiveert eventuele afwijkingen van het advies. Hij vraagt eventueel uitvoeringsadviezen. Bij een afwijkend besluit treedt automatisch een opschortingstermijn van een maand in werking (De ondernemingsraad kan de ondernemer daarvan ontslaan).
|
|
| 26. Beroepsrecht
| | Tegen een besluit van de ondernemer nadat de ondernemingsraad heeft geadviseerd. Schriftelijk binnen een maand in te dienen bij de Ondernemingskamer, met in kennisstelling van de ondernemer. De rechter bekijkt of de ondernemer in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen, en kan, als de ondernemingsraad daarom heeft verzocht, het besluit geheel of gedeeltelijk laten intrekken; of, bepaalde handelingen verbieden (zonder rechten van een derde aan te tasten).
|
|
| 27. Het instemmingsrecht van de ondernemingsraad
| | Ten aanzien van een aantal regelingen en systemen ten behoeve van groepen werknemers. Is niet van toepassing als de kwestie reeds inhoudelijk in een CAO is geregeld (of in een publiekrechtelijke regeling). De ondernemer verstrekt beweegredenen voor het besluit en geeft een overzicht van de gevolgen voor het personeel. De ondernemingsraad stemt al of niet, met redenen omkleed, in. Als de ondernemingsraad geen instemming verleent dan kan de ondernemer naar de Kantonrechter. Een regeling is ongeldig als de ondernemer verzuimt instemming aan te vragen en de ondernemingsraad binnen een maand na het besluit schriftelijk de nietigheid ervan inroept. De ondernemingsraad kan de ondernemer via de Kantonrechter dwingen zich daaraan te houden.
|
|
| 28. Speciale taken van de ondernemingsraad
| | Die houden in dat de ondernemingsraad de volgende onderwerpen bevordert: naleving van voorschriften op het gebied van arbo en arbeidsvoorwaarden; de delegatie van bevoegdheden; werkoverleg; milieuzorg; gelijke behandeling mannen en vrouwen; inschakeling gehandicapten en allochtonen. En verder waakt tegen discriminatie.
|
|
| 29. Recht van benoeming
| | van tenminste de helft van de bestuursleden van instellingen die de ondernemer opricht ten behoeve van het personeel.
|
|
| 30. Adviesrecht benoeming / ontslag bestuurder
| | De adviesaanvraag moet tijdig zijn (wezenlijke invloed kunnen uitoefenen); de beweegredenen bevatten en, bij een benoeming, informatie over de kandidaat. Het onderwerp komt ten minste een maal in de Overlegvergadering ter sprake. De ondernemer stelt de ondernemingsraad van zijn besluit op de hoogte en motiveert eventuele afwijkingen van het advies.
|
|
|
| 31. Verplichte inlichtingen
| | Alle inlichtingen en gegevens die de ondernemingsraad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Aan het begin van de zittingsperiode: statuten; naam en woonplaats commissarissen of bestuursleden; overzicht van andere ondernemers uit de groep, plus naam en woonplaats van degenen die de feitelijke zeggenschap hebben; duurzame samenwerkingsverbanden, plus feitelijke zeggenschap daarbij; naam, woonplaats en bevoegdheden van de belangrijkste leidinggevenden. Ook van de buitenlandse moedermaatschappij of de buitenlandse onderneming waarmee duurzaam wordt samengewerkt. Wijzigingen moeten direct aan de ondernemingsraad worden doorgegeven.
|
|
| 31a. Gegevens over het financieel- en economisch beleid
| | Tenminste tweemaal per jaar mondeling of schriftelijk informatie over de werkzaamheden en resultaten van de onderneming in het afgelopen tijdvak (in het bijzonder ten aanzien van adviesplichtige onderwerpen). De jaarrekening en het jaarverslag in de Nederlandse taal. Bij een groep van ondernemingen: de geconsolideerde jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens. De bijdrage van de onderneming in het gezamenlijk resultaat van de (groep van) ondernemingen. Ten minste twee maal per jaar mondeling of schriftelijk over de verwachtingen ten aanzien van werkzaamheden en resultaten (in het bijzonder ten aanzien van adviesplichtige onderwerpen). Het meerjarenplan, de begroting (of samenvatting daarvan) met toelichting. Indien van toepassing: het milieu jaarverslag.
|
|
| 31b. Gegevens over het sociaal beleid
| | Tenminste eenmaal per jaar schriftelijke informatie over aantal werknemers, en het gevoerde sociaal beleid in het bijzonder ten aanzien van onderwerpen die instemmingsplichtig zijn, tot de speciale taak van de ondernemingsraad behoren en ten aanzien van voor het personeel opgerichte instellingen. En verder mondelinge of schriftelijke informatie over de verwachtingen ten aanzien van personeelsbezetting (inclusief uitzendkrachten) en sociaal beleid in het komende jaar (in het bijzonder ten aanzien van de genoemde onderwerpen).
|
|
| 31c. Mededeling over inhuren adviesbureau
| | Zo spoedig mogelijk verstrekking van informatie over het verstrekken van een adviesopdracht aan een deskundige buiten de onderneming ten aanzien van een instemmingsplichtig onderwerp.
|
|
|
|
|
|
| 32. Bevoegdheden volgens CAO, publiekrechtelijke arbeidsvoorwaardenovereenkomst of ondernemingsovereenkomst
| | De ondernemingsraad kan De bevoegdheden en rechten van de OR kunnen op twee manieren worden uitgebreid: door middel van een CAO of een publiekrechtelijke arbeidsvoorwaardenregeling, en door middel van een zogenaamde ondernemingsovereenkomst. De CAO is een overeenkomst tussen vakbonden en de ondernemer, of de gezamenlijke ondernemers van een bedrijfstak. Een CAO of een publiekrechtelijke regeling kan bevoegdheden aan de ondernemingsraad delegeren. De ondernemingsovereenkomst is een schriftelijke overeenkomst tussen ondernemer en de OR. De ondernemingsraad kan (extra) bevoegdheden afspreken met de ondernemer in die overeenkomst, behalve als die bevoegdheid reeds inhoudelijk is geregeld in een CAO of publiekrechtelijke regeling. Bij extra afgesproken bevoegdheden is het beroepsrecht (artikel 26) van toepassing.
|
|
|
|
|
|
| 33. Instelling COR en GOR
| | Als dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de wet, kan de ondernemer een COR of een GOR instellen als er twee of meer ondernemingsraden zijn. Dit kan ook gebeuren bij in een groep verbonden ondernemers. Zij wijzen een ondernemer aan die in de COR of GOR als bestuurder optreedt.
|
|
| 34. Samenstelling COR en GOR
| | De COR- en de GOR -leden worden gekozen uit de onderliggende medezeggenschapsorganen. De COR en de GOR hebben een reglement dat lijkt op dat van de ondernemingsraad.
|
|
| 35. Bevoegdheden van de COR en GOR
| | De COR en de GOR hebben dezelfde rechten als een ondernemingsraad, met dien verstande dat de COR/GOR alleen onderwerpen behandelt die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of voor de meerderheid van de ondernemingen waarvoor ondernemingsraden en/of GOR'en zijn ingesteld.
|
|
|
|
| 35b. Bevoegdheden van de Personeelsvergadering
| | In ondernemingen met 10 of meer, en minder dan 50 werknemers roept de ondernemer tenminste tweejaarlijks een Personeelsvergadering bijeen. De PV heeft informatierecht, en adviesrecht over besluiten die belangrijke gevolgen hebben voor tenminste een kwart van het personeel en over arbeidsomstandigheden.
|
|
| 35c. Bevoegdheden van de PVT
| | In ondernemingen met 10 of meer, en minder dan 50 werknemers is de ondernemer verplicht tot het instellen van een PVT als de meerderheid van het personeel daar om vraag. Vrijwillig kan ook. De PVT heeft overlegrecht, informatierecht, adviesrecht over besluiten die belangrijke gevolgen hebben voor tenminste een kwart van het personeel, en, instemmingsrecht over besluiten over werktijden en arbeidsomstandigheden.
|
|
|
|
| 36. De algemene geschillenregeling
| | De ondernemingsraad en de ondernemer kunnen de kantonrechter om een uitspraak vragen over geschillen die ze met elkaar hebben over de toepassing van de WOR. Ook belanghebbenden kunnen dat bij geschillen met de ondernemingsraad of de ondernemer over de toepassing van de WOR.
|
|
|
|
|
|
| 39: Werkwijze van de Bedrijfscommissies
| | De samenstelling en werkwijze van de bedrijfscommissies wordt verder geregeld in een reglement dat door de SER per verordening is vastgesteld voor de marktsector en voor de overheid.
|
|
|
| 41: Kosten Bedrijfscommissies
| | De kosten van de bedrijfscommissies worden gedragen door de werkgevers- en werknemersorganisaties naar rato van de benoemde leden.
|
|
| 42. Geheimhoudingsplicht
| | Leden en plaatsvervangende leden van een bedrijfscommissie hebben dezelfde geheimhoudingsplicht als OR-leden.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| 46d. Bijzondere bepalingen voor OR'en bij de overheid
| | Een aantal functionarissen binnen de overheid kan geen bestuurder zijn. De ondernemingsraad heeft geen overlegrecht (en andere bijzondere rechten) over besluiten van democratische organen en de rechterlijke macht, als er geen personele gevolgen zijn (primaat van de politiek en de rechterlijke macht). De minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd in plaats van de SER.
|
|
|
|
|
| 48. Voorlopig reglement
| | De ondernemer stelt een ondernemingsraad in (of COR of GOR) door het opstellen van een voorlopig reglement.
|
|
|
|
|
|
|
|
| 53a. Ministerie van Defensie
| | Alle bedrijven en onderdelen van het Ministerie van Defensie vallen buiten de WOR. Er is daar een eigen medezeggenschapsregeling.
|
|
|
| 53c. Uitgezonderde functionarissen
| | De WOR is niet van toepassing op leden van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en op de Nationale ombudsman en substituut-ombudsmannen.
|
|
|